
Henri Verhoeks
Ik heb het geluk dat ik gelovig opgevoed ben. Ik heb wel een reis door verschillende kerken gemaakt voordat ik bij Mozaiek0318 terecht kwam. Tijdens deze reis zijn er verschillend momenten geweest die ervoor gezorgd hebben dat ik ben blijven geloven.
Op mijn 18e heb ik bewust de keuze gemaakt om in God te geloven en ben ik in gaan zien dat ik zelf ook stappen te zetten heb om deel te zijn van Gods koninkrijk.
Nu ik ruim anderhalf jaar naar Mozaiek0318 ga, heb ik verschillende doopdiensten meegemaakt. Elke doopdienst denk ik na over mijn eigen situatie. Ik ben als kind gedoopt en vroeg mezelf lange tijd af wat het voor nut had om mezelf dan ook als volwassene te laten dopen. Maar toch borrelde er iets van binnen tijdens de doopdiensten.
Wat mij tegenhield om mezelf te laten dopen was het feit dat ik al een keer gedoopt ben als kind. Waarom zou ik mezelf dan juist nu als volwassene laten dopen? Betekende die doop dan niet hetzelfde? In de Bijbel staan duidelijke aanwijzingen om je te laten dopen maar ik geloof al heel lang, waarom mezelf dan nu nog laten dopen? Is dat niet een beetje ‘mosterd na de maaltijd’?
De besnijdenis was het teken van God met Abraham in het oude verbond. De doop die ik als kind ondergaan heb, is een doop die in plaats gekomen zou zijn van de besnijdenis. Jezus is als kind besneden en heeft daarmee het teken van het oude verbond gekregen. Jezus’ komst luidde echter het nieuwe verbond in en liet zich zo rond zijn dertigste dopen. Met het volgen van Zijn weg leven ook wij in het nieuwe verbond met God. Daarom geloof ik dat het goed is om mezelf nu toch te laten dopen.
Ik had bij het bidden en Bijbellezen God om leiding gevraagd. Ik zou actie ondernemen, maar ik verwachtte ook actie van God. Ik ging naar het informatiemoment om te horen over het hoe en wat van de doop op 2 februari. Tijdens dat moment werd het Bijbelgedeelte uit Handelingen 8 van Filippus en de hoge ambtenaar uit Ethiopië genoemd als voorbeeld. Het Bijbelgedeelte werd niet gelezen, er werd alleen naar verwezen.
In het Bijbelgedeelte vraagt de kamerling aan Filippus: “Wat verhindert mij om gedoopt te worden?
Ik zie dit als een bevestiging van God, er is niets meer wat mij verhindert om gedoopt te worden!
Ik wil, met de doop als levend teken, Gods weg volgen in mijn leven.

