Joëlle van Velde
Religie is altijd onderdeel van mijn leven geweest; ik ben ermee opgegroeid. Maar een levende relatie met God ontbrak; een werkelijk verbinding ontbrak. Het was vooral een gewoonte, zonder persoonlijke groei of geestelijke verdieping. Na jarenlang als volwassene te hebben rondgedwaald in verschillende kerkelijke gemeenschappen, heb ik zelfs een tijdlang afstand genomen van de kerk.
Aan Zijn bestaan heb ik nooit getwijfeld; het was het vertekende beeld van God dat mij tegenstond. Ik zag Hem als een afstandelijke, strenge God, bij wie uiteindelijk maar een ‘handjevol’ mensen welkom was. Als ik om mij heen keek en mensen ‘beter’ zag zijn, wist ik zeker dat ik daar niet bij hoorde. Dat kon niet voor mij zijn. Ik was niet goed genoeg en dat ontmoedigde mij om naar Hem toe te gaan. Ik wilde niet bij Iemand zijn waar ik mij ongewenst voelde.
Ook al had ik mij grotendeels van Hem afgekeerd, Hij heeft mij daarentegen nooit verlaten. Ik worstelde met het leven en de lasten ervan. En bovenal had ik geleerd alles alleen te moeten doen, maar op een gegeven moment kon ik niet meer. Ik was volledig opgebrand. Nu zie ik hierin het zachte karakter van God. Hij was er al die tijd, maar heeft Zich nooit aan mij opgedrongen. Hij kon mij pas verder helpen als ik het zelf zou inzien en ervoor open zou staan. Vaak genoeg vroeg ik me af of God mij nog wel zag en waarom Hij niet ingreep.
Op een zondagmorgen, eind november 2024, werd ik wakker met een sterk gevoel dat ik naar de kerk moest. En ik ben gegaan. De week daarna had ik datzelfde gevoel opnieuw, en zo kwam ik terecht bij Mozaïek0318. Er ontstond een diep verlangen. Sindsdien heb ik bijna geen enkele zondag meer gemist. Mijn kerkbezoek ging van 0 naar 100.
Hoewel ik in het begin op mijn hoede was, voorzichtig, misschien zelfs argwanend, voelde ik meteen bij binnenkomst dat er ‘iets’ was. Ik was welkom, ik voelde rust. Het was ongedwongen. Tijdens de eerste diensten leek het alsof de voorganger rechtstreeks tot míj sprak. Het raakte me diep en de liefdevolle roeping van God die erin doorklonk overweldigde me.
Een week vóór goede vrijdag gaf God mij de eer om de Heilige Geest te mogen ontvangen. Een golf van dankbaarheid overspoelde mij. Ik zag de zware scheepskettingen op mijn rug met een enorme bijl doorgehakt worden; ik was vrij. Ter plekke vergaf ik mensen waarvan ik nooit had gedacht te kunnen vergeven. Ook begreep ik dat mijn verleden, met al zijn worstelingen, in de toekomst van belang zouden zijn. Ik zag, ik begreep en ik wist: God houdt van mij.
In de weken die volgden gebeurden er veel. Ik heb veel mogen ontvangen, van beelden tot aan beloften. Mijn verlangen om Hem beter te leren kennen groeide met de dag en zo ook het verlangen mij de laten dopen. Ik wil niets liever dan mijzelf aan God geven. Bij Hem zijn. Zijn geliefde dochter zijn. Voor God is niets onmogelijk en dat heb ik mogen ervaren. Ik was ver weg, maar Hij heeft mij liefdevol naar Zich toegetrokken.
Mijn religie was zonder geloof, maar nu weet ik; er is altijd Iemand is op wie ik terug kan vallen en dat is mijn Hemelse Vader, Zijn zoon Jezus en de Heilige Geest.

