
Ruben van Kooten
Ik ben gelovig opgevoed. Vanaf mijn 15e zelf gaan zoeken, maar naar 2 jaar de kerk verlaten. Toen dacht ik door mijn hobbies en muziek keuzen dat het geloof meer restricties gaf dan vrijheid. Toch kon ik het gevoel dat er niks is nooit los laten. Een aantal jaar besloot ik om samen met vrienden in een katholiek kerk koor te zingen. Bijna niemand hier was gelovig dus ik dacht het maakt niet uit dat ik ook niet geloof. Na een jaar elke maand 1 zondag in de kerk alle tradities te zien kwam er respect voor het katholieke geloof en een nieuwsgierigheid. Daarnaast hebben verschillende gesprekken plaatsgevonden over niet de religie maar de relatie met Jezus. Eén gesprek, op vakantie in Peru, over de liefde en genade van God onze vader in contrast tot je consequentie hier op aarde. Bracht in Peru veel wrijving en niet snappen waarom, maar legde het zaadje om niet te denken in religie maar te zoeken naar een relatie met de Vader. Na het bekend maken aan mijn vriendin voor het verlangen naar wie God is en wat Hij voor mij betekend. Sprak zij dezelfde verlangens uit en gingen we samen opzoek. Voor mij was de doop heel ver weg. Ik ben net pas begonnen met het opbouwen van mijn relatie met Jezus en voelde nog niet 'goeds genoeg'. Mijn visie was eerst een goede relatie ontwikkelen en meer lijken op Jezus. Maar tijdens de afgelopen kerst dienst werd ik geraakte door de getuigenis over het middelen gebruik, dat de doop geen medicijn is voor je problemen, maar juist het begin van de weg met God en dat je mag vallen en opstaan in Zijn nabijheid. Ik ook ervaar die leegte en probeer deze op te vullen met middelen, maar nog altijd blijft die leegte. Nu ik terugkijk heeft God heeft mij, tijdens een kerk dienst met het koor, geroepen om thuis te komen. Ik geloofde het niet, kon het niet omvatten, wilde het niet geloven. Maar de getuigenis met kerst bevestigde alles. God roept mij thuis en wilt met mij samen dit leven lopen met al zijn uitdagingen en moeilijkheden. Om daar ja op te zeggen wil ik mij laten dopen.

