
Inge Reijersen van Buuren
Ik ben door mijn ouders met het christelijk geloof opgevoed. Ik heb God nooit losgelaten en weet sinds mijn zestiende echt dat ik mijn geluk, vervulling en alles bij Hem kan vinden. Ik merkte dat vriendjes, uitgaan, werken enzovoort niet blijvend waren. Als ik wakker werd, wilde ik graag vasthouden aan het fijne gevoel van de avond ervoor, maar dat lukte niet. Het was niet constant.
Op een avond, toen de tafel al gedekt was voor de volgende dag (met de Bijbel naast het bord van mijn vader — dankjewel ouders), pakte ik de Bijbel en dacht: misschien is dit het dan wel, laat ik het eens proberen. Ik weet niet meer wat ik las, maar ik voelde Gods liefde door me heen stromen als een soort vervulling, en ik was geraakt. Vanaf dat moment wist ik dat God het is die blijft. Op Hem wilde ik vertrouwen.
In januari 2021 heb ik mijn dochter Yara gekregen. Ondanks de omstandigheden was ik gelukkig. Begin 2024 is de relatie tussen mij en haar vader verbroken. Dit was een pittig jaar, en tegelijkertijd begon ik aan een nieuwe baan in de hulpverlening. In maart 2025 viel ik uit op mijn werk; het alleenstaand moederschap, het verwerken van wat er gebeurd was en het werken in een hectische zorgbaan werd me allemaal te veel.
Ik las toen een studie over Ruth, een boekje van mijn lieve oma: Hongertocht. Daarin wordt genoemd dat God beproeving brengt over Zijn volk Israël met als doel hen geestelijk terug te brengen naar Hem. Dit heb ik mogen ervaren als ik terugkijk op de afgelopen jaren. Een vers waar ik nog steeds kracht uit haal, is Romeinen 5 over het roemen in de verdrukking, die niet doelloos is: “3 En dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, 4 en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop. 5 En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.” Deze tekst gaf me houvast, en ik leerde steeds meer op God te vertrouwen en alles van Hem te verwachten.
Ik deed het groeijaar, waarin ik leerde dat God tot me sprak via liederen en muziek. Toen ik een keer teleurgesteld was, werd ik diep geraakt door een preek van Job over de Vreze des Heeren, waarin het ging over God alleen als doel hebben. Mozes wilde liever met God in de woestijn blijven dan zonder God naar het beloofde land gaan. God is de belofte en de vervulling. Daardoor werd mijn oog opnieuw op Hem gericht. Hij is het doel. “Hij is mijn doel, mijn hartsverlangen.” Psalm 73 past daar ook zo goed bij: “Wie heb ik naast U in de hemel?” en “Mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.” Deze teksten raken me, omdat ik zo voel dat dit is wie God voor mij is. Alleen God heb ik nodig; Hij kan mij vervullen en is mijn Alles. Dat heb ik mogen ervaren.
Ik wil me laten dopen omdat ik geloof in Jezus Christus als de Zoon van God. Ik geloof dat Hij ook voor mijn zonden is gestorven en dat ik Zijn dochter mag zijn. Ik ben Hem hier eeuwig dankbaar voor. Hij is mijn God, mijn Rots, mijn deel en mijn eeuwig goed. Ik wil niet meer zonder Jezus leven, niet meer zonder Hem bewegen. Ik wil en kan het alleen maar met Jezus. Er is geen leven buiten Hem. God is zo echt; bij Hem wil ik zijn. Hij leeft!
Na twee jaren waarin ik veel verloren heb, kwam ik op kale grond te zitten — zo voelde het. Alles viel weg, en Jezus was die kale grond: mijn Rots. In die kaalheid, als alles wegvalt, is daar de Rots. Hij is mijn Rots onder alles: de basis, de fundering. Ik heb mogen groeien, wortelen en leren vertrouwen. Ik leer steeds meer: “Rain came, wind blew, but my house was built on You.” Ik kan me geen betere tijd voorstellen dan nu om mijn leven aan God te geven, voor Hem te gaan en me te laten dopen. Ik wil echt de stap naar Hem zetten. Ik kan alleen maar luisteren naar Zijn stem, gehoorzamen en het doopbad instappen. Met Jezus gestorven en opgestaan. Ingelijfd worden, bij Jezus horen. Ik kan Zijn liefde nog steeds niet altijd bevatten, en ik dwaal om de zoveel tijd weer af, maar Hij is daar. Hij klopt op de deur, en ik hoef alleen maar open te doen. God is zo goed. Hij is het hoofddoel, de bestemming van mijn leven geworden. Ik ben zo dankbaar. Ik heb nog steeds geen idee waar mijn leven heen gaat, maar ik weet dat het samen met God is. Hij gaat voor me uit, en ik ben in Zijn hand.

