
Iza Sijahailatua
Hi, mijn naam is Iza, ik ben 22 jaar en ik kom uit Veenendaal. Ik ben opgegroeid met het evangelie; het is mij als het ware met de paplepel ingegoten. Op zondag naar de kerk gaan was bij ons vanzelfsprekend.
Toen de pandemie kwam, was ik zestien jaar. Door de maatregelen moesten alle gemeenschappelijke plekken sluiten, waaronder de kerk. Als tiener vond ik dat eerlijk gezegd helemaal niet erg. Het betekende dat als je op zaterdagavond laat thuiskwam, je zondag niet brak in de kerk hoefde te zitten, iets wat ik toen best comfortabel vond.
In die periode verloor ik mijn motivatie om naar de kerk te gaan en verzwakte mijn geloof. Ik kan wel zeggen dat ik in die tijd mijn rebelse kant heb laten zien.
Op mijn 21e verjaardag kreeg ik van mijn oma het boek Paradijs-Stad van John Mark Comer. Ze zei tegen me: “Iez, ga dit pas lezen als je er klaar voor bent.” Toen ik het boek opensloeg, las ik al op de eerste pagina’s dat het mijn leven zou veranderen. “Ja, dag,” dacht ik, en ik zette het boek ver weg in de kast. Het uitgaansleven en leven voor het weekend bevielen me op dat moment nog prima.
Ondanks dat mijn leven steeds meer om het weekend draaide, wist ik diep van binnen dat God er was. Ik heb Hem nooit helemaal losgelaten. Ik geloofde wel, maar een echte christen kon ik mezelf ook niet noemen.
Eind 2025 begon ik vast te lopen. Ik stelde mezelf vragen als: “Is mijn baan wel wat ik zoek?” en “Past mijn opleiding wel bij mij?” en ‘Wat is eigenlijk mijn roeping?’ Steeds als ik dacht het antwoord zelf gevonden te hebben, liep ik tegen een muur aan. Op papier klopte alles, maar vanbinnen voelde ik een leegte.
Op een dag zag ik het boek weer liggen dat ik eerder had weggestopt. Ik begon te lezen en na bijna zes jaar begon ik me opnieuw te verdiepen in Gods woord en het beviel me eigenlijk wel. Ik zette de stap om weer consistent naar de kerk te gaan en groeide stap voor stap in mijn geloof.
Via een vriend uit de sportschool begonnen we op een gegeven moment van dumbells verheffen, naar de Heer verheffen te gaan en non-stop te praten over het geloof tussen de setjes door. Ook werd ons motto tijdens het sporten werd ‘Jesus is strength’. Hij nodigde me uit voor een Alpha-cursus. In eerste instantie dacht ik: dat is niets voor mij. Toch ging ik naar de informatieavond. Daar kwam ik de vader van een van mijn beste vriendinnen tegen. Zonder erover na te denken en spontaan als ik ben floepte ik eruit: “Dit wordt mijn jaar met Jezus.” Hij antwoordde: “Weet je dat zeker? De laatste keer dat iemand dat zei, werd die persoon voor het einde van het jaar gedoopt.” Ik lachte en zei: “Dan sta je dit jaar nog bij mijn doopdienst!” We gaven elkaar een hand en maakten er zelfs een foto van.
Later zei ik lachend tegen de vriend die mij mee had genomen: “Als dat echt gebeurt, mag er wel een groot wonder plaats gaan vinden.”
Toch begon er iets te veranderen. Tijdens de Alpha-cursus leerde ik meer over de Heilige Geest. Toen een vriend van mij zich liet dopen, inspireerde dat mij en begon het ook bij mij te kriebelen en ging ik me er in verdiepen. Ik begon ervoor te bidden en vroeg God om bevestiging.
Tijdens het Alpha-weekend raakte ik in gesprek met iemand die ik nog niet eerder had gezien. Hij vroeg: “Ben je gedoopt?” Ik zei: “Nee, nog niet.” Hij vroeg: “Wacht je op het juiste moment?” Ik antwoordde: “Nee, ik stel het eigenlijk eerder gewoon uit.” Toen zei hij: “Als je het uitstelt, waarom doe je het dan niet gewoon? Aarzel niet.”
De volgende dag ging de dienst over de doop. Er werd gesproken uit Handelingen 22:16: “En nu, waarom aarzelt u? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van de Naam van de Heere.”Op dat moment wist ik het zeker: dit is de bevestiging waar ik om had gevraagd.
En nu sta ik op 10 mei in het doop bad, klaar om mijn leven volledig aan Jezus te geven en Hem te volgen. Vier maanden nadat ik die hand ‘voor de grap’ schudde en lachend wegliep. Het laat zien dat je leven in korte tijd compleet kan veranderen wanneer je je laat leiden door de Geest. Mijn ouders hebben me als kind opgedragen en nu maak ik zelf de keuze op Hem te volgen. Niet vanuit geloofsovertuiging vanuit mijn opvoeding, maar omdat ik Christus wil navolgen en Hem aanvaard als mijn Redder. Romeinen 6:8 zegt: Wanneer wij met Christus zijn gestorven , geloven we dat we ook met Hem zullen leven. En ik wil niets liever dan dat.

