
Angeliki Vlanti
Ik ben Kiki, 19 jaar oud, en ik kom uit Griekenland. Ik ben opgegroeid in de christelijk-orthodoxe kerk. Ik werd gedoopt toen ik één jaar oud was en leerde van jongs af aan over God en Jezus. Toch kende ik God vooral als onderdeel van mijn opvoeding. Ik wist veel over Hem, maar ik kende Hem nog niet echt persoonlijk. Al vanaf jonge leeftijd worstelde ik met angst. Vooral faalangst speelde een grote rol in mijn leven, en dat doet het vandaag de dag nog steeds. Toen ik twaalf jaar oud was veranderde mijn leven volledig. Mijn ouders besloten naar Nederland te verhuizen. Van de ene op de andere dag liet ik alles achter wat vertrouwd was. Ik kende niemand, sprak de taal niet en voelde me verloren. Na onze verhuizing verloor ik langzaam de controle over mijn leven. Ik werd gepest, kreeg veel opmerkingen van mensen om mij heen en leefde voortdurend in angst. Toen ik dertien was ontwikkelde ik een eetstoornis. Op mijn vijftiende kreeg ik opnieuw te maken met een eetstoornis. Hoewel therapie mij gedeeltelijk hielp, bleef de depressie aanwezig. Uiteindelijk stopte ik met therapie en hield ik alles voor mezelf. Ik voelde me alleen. Ik praatte met niemand over hoe slecht het werkelijk ging. Tegelijkertijd bleef ik bidden. Ik zocht God, maar wist eigenlijk niet wie Hij voor mij was. Het voelde alsof ik niet alleen mezelf kwijt was geraakt, maar ook Hem. Later kreeg ik de diagnose depressie en een angststoornis. Hoewel dat moeilijk was om te horen, hielp het mij ook om mezelf beter te begrijpen. Het gaf woorden aan de strijd waar ik al jaren mee worstelde en liet mij zien waarom bepaalde dingen voor mij zo zwaar voelden. Toen ik zestien was werd mijn depressie nog zwaarder. Ik maakte fouten, zondigde en voelde voor het eerst een diepe pijn in mijn hart daarover. Op een dag werd ik wakker met het sterke gevoel dat ik moest biechten. Ik reisde twee uur heen en twee uur terug om dat te doen. Na mijn biecht ervoer ik een rust die ik lange tijd niet had gevoeld. Ik had altijd gedacht dat God vooral boos op mij was en mij wilde straffen vanwege mijn fouten. Maar die dag begon ik iets anders te ontdekken. Voor het eerst begon ik Gods liefde echt te begrijpen. Vanaf dat moment werd mijn relatie met God persoonlijk. Iedere avond schreef ik in mijn dagboek aan Hem. Soms een halve pagina, soms vijf pagina’s. Omdat er geen orthodoxe kerk dichtbij was, ging ik jarenlang niet meer naar de kerk. Dat vond ik moeilijk, want ik miste het gevoel van in een kerk zijn. Toch bleef ik God opzoeken. Ook zonder kerk bleef ik met Hem praten, op Hem vertrouwen en voelde ik hoe Hij mij kracht gaf in de moeilijke periodes van mijn leven. In september 2024 stortte alles opnieuw in. Ik besefte dat ik jarenlang trauma’s uit mijn jeugd had meegedragen zonder ze ooit echt te verwerken. Alles wat ik had weggestopt kwam langzaam naar boven, op een snelle tempo.. Ik verloor veel om mij heen, maar vooral mezelf. Ik werd extreem depressief. Ik ging nauwelijks nog naar buiten, kreeg voortdurend paniekaanvallen en begon te denken dat het misschien beter zou zijn als ik er niet meer was. Ik probeerde mezelf steeds opnieuw te bewijzen tegenover anderen, want ik dacht dat het misschien dan wel beter zou gaan. Ik wilde niemand teleurstellen, omdat ik mentaal slecht ging, niemand wist echt hoe ik me voelde behalve mijn beste vriendin Lavey. Ik had geleerd dat liefde iets is dat verdiend moest worden. Ik dacht dat mensen pas van mij konden houden als ik hen trots maakte, hielp of blij maakte. Daardoor leefde ik constant onder druk.want ik voelde nooit echt liefde zonder een prestatiedruk. Tijdens de zomervakantie vond ik even rust. Ik maakte me klaar voor HAVO 5, ondanks de enorme angst die school altijd bij mij opriep. Maar ik wist dat God met mij was. In september 2025 kreeg ik te horen dat een vriendin van mij uit het leven was gestapt. Dat nieuws brak iets in mij. Ik had nog nooit echte rouw meegemaakt en wist niet hoe ik daarmee om moest gaan. Mijn verdriet werd overweldigend. Tegelijkertijd verdwenen mijn eigen zelfmoordgedachten op dat moment. Ik zag hoeveel pijn haar overlijden veroorzaakte bij de mensen die van haar hielden en ik wilde anderen diezelfde pijn niet aandoen. In die periode ging ik naar mijn godsdienstdocent. Ik vertelde hem dat ik God miste. Dat ik Hem niet meer voelde en niet begreep waar Hij was in alle pijn. Hij zei dat hij voor mij wilde bidden.Tijdens dat gebed bad hij dat God mensen op mijn pad zou brengen die mij dichter bij Hem zouden brengen. Mensen die mij zouden helpen. Een kerk waar ik thuis mocht komen. Vrienden die mij zouden steunen.Ik begon te huilen.Kort daarna vroeg iemand die ik nauwelijks kende of ik met haar mee wilde naar een zaalvoetbaltoernooi en daarvoor naar een kerkdienst. Ik zei ja.Zo kwam ik voor het eerst bij Mozaïek. Ik was onzeker. Ik kwam uit een orthodoxe achtergrond en had online veel verschillende meningen gezien. Toch voelde ik diep van binnen dat ik daar moest zijn. Tijdens mijn eerste dienst begon ik opnieuw te huilen. Vanaf dat moment ging ik bijna iedere zondag. Mijn relatie met God groeide enorm. Ik raakte steeds dieper geworteld in Hem. Voor het eerst in lange tijd voelde ik weer hoop. Ik voelde me lichter en minder alleen. Maar zelfs toen verdwenen mijn problemen niet.In december werd alles opnieuw zwaarder door een aantal situaties die oude wonden openhaalden. Trauma’s uit mijn jeugd kwamen weer naar boven. Het voelde alsof ik opnieuw door dezelfde pijn heen moest. Mijn depressie werd erger en mijn zelfmoordgedachten kwamen terug, sterker dan ooit. Zo sterk zelfs dat ik een plan had gemaakt. Ik voelde me waardeloos, verloren en overspoeld door alles wat ik jarenlang had geprobeerd weg te stoppen. Ik schaamde me enorm. Ik durfde er nauwelijks met familie of vrienden over te praten. Toch bleef ik naar de kerk gaan. Toch bleef ik bidden. Toch bleef ik God zoeken. Achteraf zie ik dat dit misschien wel de periode was waarin ik het meest leerde vertrouwen. Ik ben vaak boos geweest op God. Ik begreep Zijn plan niet. Ik begreep niet waarom ik steeds opnieuw moeilijke situaties moest meemaken. Waarom ik niet gewoon even rust mocht hebben. Maar juist daardoor begon ik Hem nog meer te zoeken. Ik ging dieper Zijn Woord in. Ik bleef bidden. Ik bleef vragen stellen.Soms voelde God dichtbij. Soms voelde ik helemaal niets. Maar langzaam begon ik te beseffen dat God mij nooit had verlaten. Ik dacht vaak dat ik Hem kwijt was, maar eigenlijk was ik degene die afstand had genomen. Zelfs in mijn donkerste momenten bleef Hij aanwezig.
In dit proces heb ik geleerd dat God liefdevol is. Dat Hij trouw is. Dat Hij wonderen doet, ook wanneer we ze niet direct herkennen. Soms zag ik midden in mijn duisternis een klein lichtpuntje. Soms duurde dat maar een paar seconden. Maar dat was genoeg om door te blijven gaan.
Nu begrijp ik dat die momenten geen toeval waren. God gaf mij steeds opnieuw genoeg kracht voor de volgende stap.
Niet omdat mijn leven perfect is geworden. Niet omdat al mijn problemen verdwenen zijn. Ik worstel nog steeds met een depressie en een angststoornis. Er zijn nog steeds moeilijke dagen. Maar ik heb geleerd dat Gods aanwezigheid niet afhankelijk is van hoe ik mij voel. Ook op de dagen dat ik Hem niet zie of voel, is Hij er nog steeds.
Ik laat mij dopen omdat ik heb gezien dat God trouw is. Omdat Hij mij nooit heeft losgelaten, zelfs niet toen ik dacht dat Hij ver weg was. Omdat ik Hem wil volgen, ook wanneer ik Zijn plan niet begrijp.
Ik wil mijn vertrouwen volledig in Hem leggen.

